Alicja Gescinska

Het zit Alicja Gescinska nog altijd hoog, de reacties op haar kandidatuur voor het ­Europees Parlement. “Zo’n twee weken nadat ik op de lijst stond, schreef mijn collega Tinneke Beeckman in De Standaard dat filosofen ongeschikt zijn voor de politiek”, vertelt ze, amper een half jaar na haar politieke avontuur. Vanwaar die scepsis? Waarom zou de politiek geen denkers kunnen gebruiken? En moeten denkers niet juist ‘ja’ zeggen als de politiek hen nodig heeft? 

De 37-jarige Pools-Vlaamse filosofe vindt van wel. Dus hapte ze toe toen Guy Verhofstadt haar vroeg voor de Vlaamse liberalen. Hoewel ze thuis moeilijk gemist kon worden en haar zus destijds ernstig ziek was, voerde ze bevlogen campagne voor Europa.

Een plek in het Europees Parlement leverde dat niet op – te weinig stemmen – maar wel denkstof voor haar zevende boek, waarin ze de politiek verdedigt tegen wantrouwen en cynisme. De titel, ‘Intussen komen mensen om’, vond Gescinska in een gedicht van de Poolse Wisława Szymborska, een ­gedicht over politieke verantwoordelijkheid: 

Apolitieke gedichten zijn ook ­politiek,
en boven ons schijnt de maan,
niet meer onze maan,
maar een punt van discussie.
Link

Scroll to Top