Blikbrein

Tuuuuuuut! Titamtamtamtitam pieeep, paaap, puuuuu, tuuuuuuuuuuuuuuut …

Als je mailadres jan@xs4all is, zat je bij een van de eerste Nederlandse internetproviders én was je er zo vroeg bij dat je alle andere jannen te snel af was. De idealistische voorhoede over de belofte van toen en de realiteit van nu.

Het stond niet aangekondigd in het programmaboekje. Al op de eerste dag van de Galactic Hacker Party, een driedaagse conferentie in Paradiso voor nerds, geeks en ‘computerkrakers’, zoals het journaille ze noemde, liep een onbekende de Amsterdamse concertzaal binnen. Hij droeg een grijs apparaat onder zijn arm, een beeldtelefoon, zo bleek, en de man op het podium, de bekende hacker John Draper, alias Captain Crunch, sloot ’m aan en riep: „Okay, let’s see our Russian friends!

Het was de zomer van 1989. De wereld stond aan de vooravond van het computertijdperk en voor het eerst in de historie waren, hier in Paradiso, ruim duizend mensen uit binnen- en buitenland bijeen om de cyberspace te verkennen. De zaal was donker, alleen ‘de cockpit’, een verzameling terminals in het midden van de zaal, was verlicht. Daaromheen vulden talloze beeldschermen de ruimte met een blauwe gloed. Caroline Nevejan, die de conferentie organiseerde, weet nog hoe ze, druk met kabels en iedereen die z’n eigen computer meenam, de zaal betrad en haast niet kon geloven wat ze zag. Link

Zo gijzel je een netwerk, in twaalf stappen

Het zou een flauwe mop kunnen zijn: hoe krijg je een systeembeheerder zover om zijn of haar wachtwoord prijs te geven? Boots op een gehackte computer een storing na, waardoor de gebruiker de IT-helpdesk belt. Om deze nepstoring te verhelpen voert de helpdeskmedewerker een beheerderswachtwoord in, daarbij gadegeslagen door de indringer.

Geen mop dus, legt cybersecurityexpert Frank Groenewegen van Fox-IT uit, maar één van de trucs die hackers toepassen als ze zich een weg banen in bedrijfsnetwerken: van de ene computer naar de andere springend, op zoek naar de cruciale plek die toegang biedt tot alle netwerkonderdelen. Om vanaf daar in één handomdraai een complete organisatie te gijzelen. Dat overkwam de Maastricht University vorige maand: net voor de kerstvakantie bleken alle belangrijke bestanden versleuteld en servers geblokkeerd. Inmiddels werken de systemen weer. De universiteit wil berichten dat er tonnen aan losgeld betaald is niet bevestigen. Fox-IT doet ook geen mededelingen over de specifieke hack in Maastricht omdat het bedrijf de aanval nog onderzoekt.

De hack van de universiteit is een voorbeeld van ransomware. Deze vorm van criminaliteit is uitgegroeid tot professioneel maatwerk. Het begon als eenworm die in theorie elke computer kon treffen. Berucht is de uitbraak van WannaCry in 2017. Een variant daarop was NotPetya – een worm, vermomd als ransomware die zich automatisch een weg baande in bedrijfsnetwerken en zo bijvoorbeeld transportbedrijf Maersk platlegde.

Na deze lukrake aanvallen ontdekten cybercriminelen dat er veel te verdienen is aan gerichte ransomware-aanvallen. Hun aanpak lijkt op de manier waarop geavanceerde inbrekers – ethische hackers of spionnen – netwerken penetreren. Link

Tim Berners-Lee …

… de uitvinder van het wereldwijde web, heeft negen principes bedacht om het internet te verbeteren. Deze principes schreef hij zondagavond formeel op in een actieplan, het Contract for the Web.

Met negen principes wil Berners-Lee het wereldwijde web gaan redden van onder meer politieke manipulatie, nepnieuws en inbreuken op privacy.

Het actieplan is al een tijd in de maak en is in elkaar gezet door verschillende activisten, academici, bedrijven en overheden. Het bestaat uit negen principes, waarvan er drie zijn gericht op overheden, drie op bedrijven en drie op individuen. Zondag werden de principes officieel gepresenteerd.

Dit zijn de negen principes: Link

De supercomputer van Barcelona is de mooiste

Het mediterrane gegons van de cicaden gaat binnen over in een monotoon gezoem: dit is hem dan, de snelste computer van Spanje, een computer die door de Europese Commissie is uitgekozen om tot de topvijf van de wereld te gaan behoren.

48 Manshoge zwarte kasten volgepakt met processors, bespikkeld met groen knipperende lichtjes, als vuurvliegjes tegen een nachtelijke hemel. Eromheen een rechthoekige behuizing van glas. En dat alles in een oude kapel, inclusief glas-in-loodramen met de kruisiging en de aanbidding door de wijzen – van Christus, let wel -.

Symbolischer kan bijna niet: de wetenschap die de plaats van religie heeft ingenomen. ‘Het is toeval dat deze supercomputer in een kapel is gebouwd’, haast Josep Martorell, adjunct-directeur van het Barcelona Supercomputing Center, zich te zeggen. ‘Toen in 2004 het eerste exemplaar werd gebouwd, zochten we op het universiteitsterrein een grote, hoge ruimte, zonder pilaren. We kwamen hier uit. Een ander voordeel: door de dikke stenen muren blijft de temperatuur vrij constant.’ Link

Zo komen hackers binnen

Als je niet heel technisch onderlegd bent zal de beveiliging van je thuisnetwerk je waarschijnlijk niet altijd heel veel interesseren. En zelfs als je je wel bewust bent van het belang van netwerkbeveiliging, doe je er misschien in de praktijk weinig aan en hoop je er maar het beste van. Maar je thuisnetwerk moet eigenlijk behandeld worden zoals het huis waarin het zich bevindt. Als er geen slot op de deur van je huis zou zitten, zou je er waarschijnlijk een laten maken om te voorkomen dat er vreemden binnen zullen komen. Hetzelfde moet eigenlijk gelden voor je thuisnetwerk. Link

De mens als grondstof

Het oogsten van informatie over individuen en ze op basis daarvan diensten en producten aanbieden: ziehier de kern van wat Shoshana Zuboff het surveillancekapitalisme noemt. Techbedrijven hebben de menselijke autonomie gereduceerd tot het minimum en de mens tot wandelende portemonnee. Link

Een schitterend ongeluk: internet 50 jaar

In 1969 werd aan de westkust van de VS het eerste computernetwerk geboren: Arpanet. Het zaadje dat zou uitgroeien tot ons huidige Internet. Een kleine geschiedenis van een grote ontwikkeling.

Terwijl de wereld nog aan het bijkomen was van de eerste mens die enkele maanden eerder voet op de maan had gezet, vond op 29 oktober 1969, vandaag precies vijftig jaar geleden, een doorbraak plaats die toen weinig aandacht kreeg maar uiteindelijk een veel grotere invloed op de wereld zou hebben: voor het eerst werd een bericht tussen twee computers verstuurd, van de Universiteit van Californië in Los Angeles naar het Stanford Research Institute.

Het bericht bestond uit weinig meer dan de letters ‘LO’. Dat had ‘LOG’ moet zijn, als afkorting van ‘LOG IN’, maar bij het versturen van de letter G crashte de verbinding. Aan het einde van dat jaar waren vier computers van vier Amerikaanse universiteiten met elkaar verbonden, een heus computernetwerk. Het Arpanet was geboren, het zaadje van ons huidige Internet, inmiddels toegankelijk voor 55 procent van de wereldbevolking. Link

De belangrijkste technologiecriticus ter wereld bouwt een anti-Google

Evgeny Morozov was al jaren voordat het in de mode raakte kritisch op Big Tech. Maar altijd vanaf de zijlijn. Toen bedacht en bouwde deze briljante denker een systeem dat breekt met de dominante wetten van de aandachtseconomie. Ik was erbij, toen hij vorige maand vanuit Zuid-Italië The Syllabus met de wereld deelde. (Dit artikel is ook te beluisteren.) Link

‘De risico’s op internet zijn groter dan ooit’

We zijn niet vrij zolang vijf techbedrijven het digitale ecosysteem domineren, meent Hans de Zwart. Hij nam vorige week afscheid als directeur van privacyorganisatie Bits of Freedom.

Hij verwijderde zijn sociale media-accounts, laat zijn computer draaien op Linux in plaats van Microsoft of Apple, chat via het privacyvriendelijke Signal, gebruikt op zijn Fairphone een besturingssysteem zonder Google en heeft ook de rest van zijn leven zoveel mogelijk „ont-Googled”. Hans de Zwart, die vorige week afzwaaide als directeur van privacyorganisatie Bits of Freedom (BOF), brengt wat hij predikt in de praktijk.

Zes jaar stond De Zwart aan de frontlinie van het privacydebat. Jaren waarin Bits of Freedom een belangrijke rol speelde bij het referendum over de inlichtingenwet Wiv; streed tegen het ‘hackvoorstel’ dat de politie de bevoegdheid geeft om op computers en telefoons binnen te dringen; in het geweer kwam tegen het Europese ‘uploadfilter’, dat de vrije toegang tot het internet in gevaar zou brengen; grote en kleine privacy-inbreuken door bedrijven en overheden onderzocht; en ondertussen journalisten, ambtenaren, juristen en andere geïnteresseerden adviseerde over onze digitale burgerrechten, te weten: het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting.

Alleen het ont-Googlen is niet helemaal gelukt. Ook al gebruikt De Zwart een privacyvriendelijke zoekmachine en navigeert hij zonder Google Maps. „In de digitale rechtenwereld wordt veel gewerkt met Google Docs, en daar heb je een Google-account voor nodig”, legt hij uit. Het laat zien hoe moeilijk het is om te ontsnappen aan de greep van de internetgigant. Link

Een wereld zonder Google

hoopt op een direct toegankelijk internet, zonder tussenkomst van een nieuwe Apple of Google. Op het album DAMN. van de populaire rapper Kendrick Lamar staat het liedje ‘Pride’. Het werd geproduceerd door Steve Lacy, een jongeman die weigert zijn muziek in traditionele muziekstudio’s te componeren en op te nemen. In plaats daarvan gebruikte hij alleen zijn iPhone 6, met daarop een gratis te downloaden app genaamd GarageBand. link

Zo evolueerde de smartphone

25 Jaar geleden lag de eerste ‘smartphone’ in de rekken: een zwart, log bakje met een monochroom scherm waarmee je kon bellen en mailen. Sindsdien volgden de ontwikkelingen elkaar snel op – de eerste camera’s, grotere schermen én extra snufjes die ons het leven makkelijker moeten maken. Link

De verliezers van de automatisering

Nog voordat Steve Jobs geboren was schreef Kurt Vonnegut al over een wereld waarin apparaten domineren en een kleine techelite heerst over een overbodige klasse.

In 1952 had ongeveer één op de acht Amerikaanse gezinnen een televisie in huis. De videorecorder was net uitgevonden, draagbare transistorradio’s waren de laatste rage en het zou nog vier jaar duren voordat de eerste harde schijf van een computer in gebruik werd genomen – een gevaarte ter grootte van twee koelkasten, met een opslagcapaciteit van vijf megabyte. (Daar kun je, in hedendaagse datatermen, amper een mp3’tje op kwijt.) Steve Jobs en Bill Gates moesten nog worden geboren en Silicon Valley stond vooral bekend om haar fruitbomen. En in dat jaar, 1952 dus, publiceerde de dertigjarige Kurt Vonnegut Jr. zijn debuutroman Player Piano, over een wereld waarin apparaten alomtegenwoordig zijn, techneuten de macht hebben en waarin automatisering het gros van de banen heeft verdrongen. Link

‘Sociale media tasten onze vrije wil aan’

‘Veel dingen die mensen ervaren op sociale media zijn oprecht en positief’, zegt Lanier. Maar daar staat te veel negatiefs tegenover. ‘Achter de schermen zijn algoritmen continu bezig je data te verzamelen en je in de gaten te houden. Vervolgens worden je ervaringen beetje bij beetje gestuurd, net genoeg om je te bewegen geïnteresseerd te raken in iets nieuws dat je uiteindelijk koopt.’

Van de vijf grote techbedrijven

– Amazon, Apple, Google, Facebook en Microsoft –

zijn er twee die volgens Lanier te veel leunen op wat hij noemt de ‘Bummer machine’, waarbij Bummerstaat voor Behaviors of Users Modified, and Made into an Empire for Rent. ‘Als die machine de enige manier is waarop je geld verdient, dan zijn je handen gebonden want je kunt nooit diversifiëren’, zegt hij. ‘Ik heb het natuurlijk over Google en Facebook.’

De huidige wereld vergelijkt Lanier met een casino. Hij neemt het voorbeeld van een beginnende musicus, ook omdat hij daar zelf grote affiniteit mee heeft. ‘Jij bent het die de risico’s moet nemen en alle kosten moet maken om je YouTube-video uit te brengen, terwijl het profit center – in dit geval Google – nul risico loopt en alle inkomsten opstrijkt. Ik noem dat een casino omdat de kans zo klein is dat je als musicus er ook beter van wordt.’ Link

Wat staat er op die foto?

Facebook weet het steeds beter. Kunstmatige intelligentie Wij zien in een oogopslag wat er op een foto staat, maar beschrijven is bewerkelijk. Software kan dat steeds beter. Link

Scroll to Top