Duurzaam

Weg met het laatste taboe

Juist jonge mensen die zich zorgen maken om be­vol­kings­groei moedig ik aan om twee kinderen te krijgen die ze proberen ver­ant­woor­de­lijk­heid aan te leren voor hun CO2-uitstoot en de planeet. Link

“Een fietsende vegetariër …

… die nooit vliegt, levert een flinke bijdrage. Peanuts echter vergeleken met mensen die kinderloos blijven”.

Heel wat mensen denken dat ze met een elektrische wagen een puike bijdrage leveren. Een Tesla zegt zeker iets over je inkomen en suggereert milieubewustzijn – een rijdende blauw-groene as als het ware – maar doet weinig voor het milieu. Is dat zo? Een Zweedse studie – zie Environmental Research Letter, 2017, 12 – berekende voor economisch hoog ontwikkelde landen als het onze wat verschillende persoonlijke gedragswijzigingen opleveren aan verminderde uitstoot.

Overschakelen op een elektrische auto spaart een halve ton CO2 per jaar, ongeveer evenveel als je kleren koud wassen en geen droogkast gebruiken. Doeltreffender is vegetariër worden. Dat reduceert de jaarlijkse CO2-uitstoot met 0,8 ton. Door niet heen en weer trans-Atlantisch te vliegen, spaar je telkens 1,6 ton uit. Nooit meer een auto gebruiken bespaart 2,4 ton per jaar. Een fietsende vegetariër die nooit vliegt, levert dus wel degelijk een flinke bijdrage.

Maar het is peanuts vergeleken met mensen die per jaar 58,6 ton uitstoot uitsparen, jaar na jaar, door kinderloos te blijven. Kinderen krijgen op hun beurt kinderen. Een geboorte veroorzaakt daardoor een exponentiële toename van CO2-uitstoot. Enkel kinderloze vrouwen kunnen met recht en rede scanderen “klimaat is mijn maat”. Link

Patiënt aarde

De patiënt is niet in goede staat, luidt de diagnose. Klimaatverandering bedreigt hele ecosytemen, de biodiversiteit holt achteruit, grote gebieden dreigen onleefbaar te worden, lucht en water zijn te zeer vervuild, land verliest vruchtbaarheid. De planeet moet echt een stuk gezonder worden. Dat kan nog, stelt de UNEP, maar dan moet de hele wereld wel als de sodemieter aan de bak.

Een ongezonde aardbol betekent namelijk ongezonde bewoners. De titel van het rapport is dan ook ‘Healthy Planet, Healthy People’. Een kwart van de ziektes en doodsoorzaken bij mensen – het gaat altijd en alleen maar over mensen, niet als deel van de natuur, maar als bestuurder / manager / slachtoffer / vul maar in – is gerelateerd aan het milieu. Luchtvervuiling eist 6 tot 7 miljoen vroegtijdige doden per jaar, is één van de vele onaangename feiten uit de studie. Vieze lucht zorgt voor 5 biljoen dollar aan welvaartsverlies, zo is de schatting, 6,6 procent van het wereldwijde inkomen. Ruim 24 miljoen mensen in 118 landen moesten in 2016 hun heil elders zoeken vanwege aan het klimaat gerelateerde rampen. De voedselvoorziening voor velen loopt gevaar door droogte en overstromingen. En dat terwijl de planeet geacht wordt in 2050 tien miljard mensen te voeden. Link

Ik heb een allergie voor onzin

Vooral in de Verenigde Staten wordt de pseudosceptische bubbel in stand gehouden met geld uit de fossiele industrie. De Koch-broers, die rijk werden door de petroleumhandel, financieren denktanks die quasi-wetenschappelijke rapporten leveren om twijfel te zaaien. Fossiele reuzen als Shell en BP gaven bakken met geld uit aan een desinformatiecampagne, om beleidsmakers zand in de ogen te strooien. Maar de situatie in Nederland is onvergelijkbaar. Oké, recentelijk werd bekend dat vastgoedmiljonair Niek Sandmann een nieuwe onderzoeksgroep wil oprichten omdat hij de rapporten van het VN-klimaatpanel niet vertrouwt, maar over het algemeen lijkt geld niet de belangrijkste motivatie voor de Nederlandse twijfelzaaiers. Link

De Onbewoonbare Aarde

Bij de Bezige Bij verschijnt deze maand “De Onbewoonbare Aarde”, een vertaling van “The Uninhabitable Earth” van David Wallace-Wells. In 2017 publiceerde New York Magazine een lang artikel van Wallace-Wells met dezelfde titel. Dat artikel werd stevig bekritiseerd, ook vanuit de klimaatwetenschap. Deels ging die kritiek over de inhoud. Op een aantal punten gaf het artikel een onjuiste weergave van de wetenschap en op enkele andere punten ontbrak context, waardoor beweringen die op zich niet onwaar waren toch een verkeerde indruk van wetenschappelijke resultaten gaven. Daarnaast was er het nodige commentaar op de toonzetting van het stuk. Volgens Wallace-Wells was het bedoeld als een overzicht van worst-case scenario’s. Maar in plaats van als een verhaal over wat er in het uiterste geval zou kunnen gebeuren als werkelijk alles tegenzit, leest het meer als een aankondiging van een onafwendbaar doemscenario. Link

Eerste waterstoffabriek op zee

Dunkelflaute Een waterstofindustrie op zee kan bovendien de oplossing zijn voor een van de grote problemen in een toekomst met vooral hernieuwbare, weersafhankelijk energie van zon en wind. De Dunkelflaute. Het gaat om de winterse periodes van dagen, soms weken, waarin geen glimp zon te zien is en waarin de wind nagenoeg afwezig is. Sta je daar met je zonne- en windparken.

Een van de oplossingen is elektriciteit op te slaan in grote batterijen, maar dat is niet te betalen. Nog wel om dagelijkse dipjes van minuten, desnoods uren op te vangen, maar niet om hele landen dagenlang van stroom te kunnen voorzien. Energie opslaan in batterijen is honderdmaal duurder dan opslaan in de vorm van waterstof, berekende certificeringsinstituut Kiwa vorig jaar.

Het geld is er, nu moet het consortium gaan kiezen op welk platform het eerste waterstoffabriekje komt te staan. Er zijn vier kandidaten: een van de Nam, een van Taqa, een van Total en een van Neptune. De gelukkige winnaar moet op het stroomnet op zee worden aangesloten, want stroom is essentieel.

Plaatsing van de hydrolyzer is een betrekkelijk eenvoudige klus. De pilot is bedoeld om te zien hoe de hydrolyzer zich op zee gedraagt. Want het moge simpele techniek zijn, je moet bijvoorbeeld wel heel schoon water gebruiken. Zout water kan niet: dat levert bij elektrolyse geen waterstof op, maar chloorgas. ‘Misschien gaan we zeewater ontzilten, misschien is het opvangen van regenwater al voldoende’, zegt René Peters van TNO. Link

Warmt CO2 het klimaat echt wel op?

Als een veenbrand wordt het debat over het klimaatbeleid van onderaf brandende gehouden door een losvast netwerk van enkele tientallen klimaatsceptische geleerden, allen gepensioneerd en haast allen ingenieur. Hun klacht: we zijn veel te geobsedeerd door CO2, het is nog maar de vraag of de klimaatwetenschap wel klopt. Hebben ze een punt? We hielden vier van de steeds terugkerende kwesties tegen het licht – en gingen bij de heren op de koffie. Link

Elk duurzaam alternatief heeft een ‘vuile’ kant

De warmtepomp haalt een beetje warmte uit de buitenlucht of de bodem, en hij genereert de overige energie met stroom.

Daar zit de crux: die stroom moet wel groen zijn. Als Nederlanders massaal een warmtepomp ophangen is van milieuwinst geen sprake, waarschuwen hoogleraren zoals David Smeulders van de TU Eindhoven. Kolencentrales, die het kabinet tot uiterlijk 2030 openhoudt, zullen vuile stroom aanleveren. Als de kolencentrales dicht zijn, creëert een hausse van warmtepompen alsnog ‘een behoefte waarin ons land paradoxaal genoeg juist door gascentrales zal moeten worden voorzien’, waarschuwde ook hoogleraar Machiel Mulder van de Rijksuniversiteit Groningen. 

Een dak vol zonnepanelen helpt om eigen stroom te maken voor een warmtepomp, maar op bepaalde momenten, zoals winterse kou, blijft energie van het stroomnet nodig. Bij het milieuverantwoord stoppen met aardgas zijn grote aantallen extra windparken en zonneparken, die het concept-Klimaatakkoord belooft, onmisbaar. Link

Hoe rijker, hoe viezer

We zijn niet allemaal even verantwoordelijk voor de almaar groeiende ecologische crisis.

De helft van de wereldwijde CO2-emissies is afkomstig van de rijkste tien procent. In Nederland stoten tien bedrijven drie keer zo veel uit als alle huishoudens bij elkaar. Tussen 1820 en 2010 groeide de uitstoot van broeikasgassen met een factor 654,8, terwijl de wereldbevolking toenam met een factor 6,6.

In de landen waar de bevolking het hardst groeit stoot de gemiddelde burger de minste broeikasgassen uit. Zo groeide de bevolking van China tussen 1980 en 2005 jaarlijks met 1,1 procent, terwijl de CO2-uitstoot toenam met 5,9 procent. In Tsjaad, een land met een snelle bevolkingsgroei, dáálden de emissies zelfs. Noord-Amerika omvat slechts vijf procent van de wereldbevolking, maar is wel goed voor bijna een vijfde van de totale wereldwijde emissies. Over het algemeen lijkt eerder te gelden: hoe rijker, hoe viezer.

In de eerste week van augustus stond er één enkel verhaal in de weekendbijlage van The New York Times. Het telde meer dan dertigduizend woorden en was het langste artikel dat de krant ooit had gepubliceerd. Journalist Nathaniel Rich had zich twee jaar lang verdiept in de manier waarop er in de jaren tachtig werd gepraat en gedacht over de opwarming van de aarde. Dat was het decennium waarin we er, volgens de auteur, ‘bijna in waren geslaagd om klimaatverandering een halt toe te roepen’. In principe stonden alle seinen op groen: wetenschappers hadden voldoende bewijs voor alarmerende prognoses, zowel Republikeinen als Democraten waren overtuigd van de ernst, zelfs de industrie had de hakken nog niet in het zand gezet. En tóch lukte het niet. Hoe is dat mogelijk? Rich sprak met talloze wetenschappers, politici en ambtenaren en kwam uiteindelijk tot de volgende verklaring: het is de menselijke natuurLink

De oplossing van het klimaatprobleem …

… ligt voor een substantieel deel op je eigen bord.

Gevraagd naar de oorzaken van de opwarming van de aarde denk je waarschijnlijk aan fossiele brandstoffen en minder snel aan ontbijt, lunch en diner als klimaatveranderaars. Maar de impact van ons voedselsysteem op het klimaat is immens. Als we de uitstoot van de veestapel en andere voedselgerelateerde uitstoot – landbouw, ontbossing, voedselverspilling – bij elkaar optellen, dan blijkt wat we eten, samen met onze energievoorziening, de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde.

Aan ons populaire, overdadige westerse dieet vol vlees en bewerkte producten hangt een forse prijs. Gedetailleerde berekeningen van directe en indirecte uitstoot komen uit op meer dan 50 procent voor de veehouderij. Herkauwers, zoals koeien, zijn de grootste boosdoeners: hun spijsvertering levert het krachtige broeikasgas methaan op. Als koeien een eigen natie zouden vormen, is die qua emissie het op twee na grootste land ter wereld. Aan overconsumptie van dierlijke proteïne hangt ook voor de menselijke gezondheid een stevig prijskaartje. Te veel dierlijk proteïne kan leiden tot bepaalde soorten kanker, beroertes en hartziekten, en daarmee tot hogere zorgkosten. Link

De toekomst van de boer ligt in de vorige eeuw

Het is nogal een tour de force, het proefschrift waarop Meino Smit dit najaar in Wageningen promoveerde. Allereerst vanwege de totstandkoming: Smit is 69, en deed acht jaar over zijn onderzoek, omdat hij tegelijkertijd bioboer is in het Drentse Paterswolde en bestuurder was bij het waterschap. Ook de inhoud is een krachttoer: Smit wilde berekenen en beredeneren hoe een duurzame landbouw in Nederland er in 2040 uit kan zien. En dan écht uitgewerkt: hoeveel mensen werken er, hoeveel dieren worden er gehouden, welke gewassen worden er verbouwd? Bij dat alles geldt het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 als richtsnoer.

Want net als in de rest van de maatschappij moet in de Nederlandse landbouw de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent omlaag. “Dat is een enorme opgave”, zegt Smit. “Ik heb mij de vraag gesteld: hoe kunnen we dan nog 17 miljoen Nederlanders op een duurzame manier voeden?” Verrassende conclusie: de landbouw lijkt in 2040 misschien wel meer op die van 1950 dan op die van 2018.

“Ook zonder klimaatakkoord zou het noodzakelijk zijn om veel zuiniger te zijn met energie en beter op het milieu te passen”, stelt Smit. Hij schetst Parijs-bestendige landbouw in acht stellingen. Link

‘The inconvenient truth’ – leer er mee leven

De wereld ligt totaal niet op koers om de opwarming op 2 graden te houden, zei het VN-klimaatpanel IPCC, laat staan 1,5 graad.

Ondertussen blijft de vervuilende energiehonger in de wereld groeien, aldus het Internationaal Energie Agentschap (IEA). De klimaatverandering sluipt voort. Aanpassen moet, zegt Verkooijen, klimaatadaptatie in jargon. Huizen dienen sterker te worden, dijken hoger, landbouwgewassen droogtebestendig.

Aan Verkooijen de taak om deze nieuwe “inconvenient truth”, een ongemakkelijke waarheid, bij leiders tussen de oren te krijgen. “Gevolgen van klimaatverandering worden deels onafwendbaar. Iedereen krijgt ermee te maken, van ontwikkelingslanden tot rijke metropolen. Droogte, orkanen, overstromingen, hevige plens- en hagelbuien. Landen moeten zich daartegen gaan weren.” Die aanpassing, adaptatie, gaat op twee manieren. Het gaat zowel om het bouwen van bescherming tegen extremer weer, als het leren leven in een nieuw klimaat. “Dat besef leeft nauwelijks”, zegt hij. Link

Zonder kernenergie lukt het niet – 27 lessen

Op sommige momenten leveren in sommige landen, zoals Duitsland en Denemarken, duurzame bronnen – zon, wind, biomassa, waterkracht – 100 procent van de vraag naar elektriciteit. Dat leidt wel eens tot krantenberichten met citaten van deskundigen die zeggen dat dit het bewijs is van een ‘historische doorbraak’ en een ‘nieuw tijdperk’. Maar deze momenten verdienen wel precisering, ontdekte ik, want het blijkt dan vaak ’s nachts of een feestdag, oftewel momenten waarop de energievraag heel laag is.

Zo’n 40 procent van de elektriciteit in Duitsland komt van kolencentrales. – Ongeveer de helft daarvan is afkomstig van verbranding van bruinkool, dat bekendstaat als de meest vervuilende fossiele brandstof. – Duizenden jaren oude bossen worden gekapt en hele dorpen ontruimd, zodat gigantische graafmachines in dagbouw bruinkool kunnen ontginnen. – Zeven van Europa’s meest vervuilende kolencentrales staan in Duitsland. – De CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking in Duitsland daalt al jaren niet noemenswaardig.

De Duitsers zijn verantwoordelijk voor 20 procent van alle uitstoot in de EU: twee keer zoveel als de Fransen. Duitsland is Europa’s grootste klimaatvervuiler. Link

WASTELAND

Plastic, karton, metaal en voedselresten, zo ver als het oog reikt. De hoeveelheid afval die de mens produceert is nu al nauwelijks meer te verwerken en blijft maar groeien. Maar is hij zich daar wel van bewust? En is het probleem oplosbaar?

Fotojournalist Kadir van Lohuizen fotografeerde afval in zes wereldsteden. Hij beklom immense vuilnisbelten, maar bezocht ook ‘schone’ recyclingcentra. Link

Scroll to Top