Filosofie

De meeste mensen deugen – in de praktijk

Voor alles een eerste keer. Ik ben inmiddels 31 jaar en – hoewel licht kalend – nog steeds zo fris als een hoentje. Of althans, zo voel ik me. Toch moet ik bekennen dat, als het over zaken als YouTube, Instagram en Snapchat gaat, ik me regelmatig oud voel. Stokoud.

Zelfs als heuse millennial ervaar ik een grote, gapende kloof ten opzichte van de generatie onder mij. Dat is de generatie die met de smartphone is opgegroeid, die de NPO als geriatrisch instituut beschouwt en die alle nieuws, entertainment en levenswijsheden door influencers en ander volk op YouTube en Instagram krijgt toegediend.

Ik vond het dan ook ontzettend leuk toen Marije van der Made, professioneel YouTuber, mij vroeg of ik mee wilde doen aan een van haar video’s. Ze had mijn boek De meeste mensen deugen gelezen, was geïnspireerd geraakt, en wilde nu m’n theorie in de praktijk brengen. Wat zou er gebeuren als je een maand lang aardige dingen doet voor vreemden?

Zie het resultaat … Link

Stop met streven naar geluk

Wie geluk nastreeft, moet volgens haar bereid zijn een ‘service mindset’ aan te nemen. „We vinden niet allemaal onze roeping in het leven. Maar dat betekent niet dat we geen zinvolle doelen in ons werk kunnen ontdekken.” Ze wijst erop dat winkelbedienden, verplegers en docenten overladen worden met routinetaken en soms het zicht op het hogere doel kwijtraken. „Maar als we onze taak zien als een kans om anderen te helpen, zullen ons leven en werk aan betekenis winnen. Dat is de erfenis die we kunnen achterlaten.” Link

The surprising benefits of being bored

Many of us lead incredibly busy lives, constantly hopping from one task to the next, and when we’re blessed with a little bit of downtime, we pick up our phones, and scroll the boredom away.

But is that the best way use of our time?

Sandi Mann, a senior psychology lecturer at the University of Central Lancashire in the UK says boredom is an essential part of the creative process and should be applied to our day-to-day lives. Link

De ander is leidraad voor het goede

Praten met Jan Keij is praten met Emmanuel Levinas. Goed, dat is overdreven. Keij, die een praktijk voert als zelfstandig filosoof, laat zich ook graag inspireren door Nietzsche en Kierkegaard. Maar Levinas – 1906-1995 – staat wel degelijk centraal in wat Keij te zeggen heeft over het leven, zeker als het gaat om de zoektocht naar het goede. Steeds weer komt hij terug op het appèl dat de ander op een mens doet – daar ligt bij Levinas de basis van de moraal.

Dat gaat zover dat Keij over de mens zegt dat die niet alleen een gevoeligheid voor anderen hééft, maar zelfs die gevoeligheid ís. Klinkt dat wat al te vroom, weet dan dat Keij er meteen aan toevoegt in gedachten menigeen te hebben omgelegd: “de ander kan een behoorlijke sta-in-de-weg zijn.”

Zoetsappig is zijn visie niet; hij pleit in navolging van Levinas ook onbekommerd voor het genieten van het leven en voor een gezonde dosis egoïsme: “Je moet ook voor jezelf zorgen.” Maar filosofisch gezien is hij gegrepen door de ‘copernicaanse wending’ die Levinas veroorzaakte door de ander als uitgangspunt te nemen. Link

De kunst van het ongelukkig zijn

Dirk de Wachter ziet een probleem in de ikkigheid van onze wereld. “We zetten zoveel in op autonomie, op alleen succesvol bereiken en dan dreigt de teloorgang van het verbondene” … “Kleine onzichtbare dingen die niet in de schijnwerpers staan – en niet op Social Media – die je voor elkaar kan betekenen. Een blik, een aanraking, eventjes iets voor iemand betekenen. La petite bonté – de kleine goedheid, de Franse filosoof Levinas heeft daar interessante dingen over gezegd. Elkaar een klein plezier doen, is de essentie van het leven. Dat is geluk.” Link

Het leven na je vijftigste: een korte eeuwigheid

Bruckners benadering van de ouderdom is feitelijk een zeer sociale. Het goede leven is voor hem een blijvende actieve interactie met het heden: lezen, nadenken, je ermee bemoeien. En niet teveel navelstaren graag. In het moderne cultuurpatroon ligt de nadruk meer op oorspronkelijkheid dan conventie – vandaar ook de maatschappelijke voorkeur voor het jeugdige, dan nog niet in vaste patronen vastzit.

Maar aan die norm van oorspronkelijkheid en authenticiteit is ook een nadeel verbonden: de zware nadruk die velen tegenwoordig leggen op hun eigen identiteit – al of niet bepaald door afkomst, huiskleur of sociaal milieu. Ten onrechte wordt daarbij het individu als een constante entiteit voorgesteld, meent Bruckner, terwijl het leven nu juist wordt gekenmerkt door permanente heroriëntatie en heroverweging van de dingen. Slechts op het moment van zijn sterven is de mens volledig alleen. Daarvoor, als het goed is, nauwelijks. De vraag ‘wie ben ik’ heeft voor de Franse filosoof alleen zin voor de jeugdige, die zich los moet maken van de knellende banden van ouderlijk milieu om een weg in het leven te vinden. Wie ouder is dan 30 kan zich beter richten op de vraag ‘wat kan ik?’ Link

Alicja Gescinska

Het zit Alicja Gescinska nog altijd hoog, de reacties op haar kandidatuur voor het ­Europees Parlement. “Zo’n twee weken nadat ik op de lijst stond, schreef mijn collega Tinneke Beeckman in De Standaard dat filosofen ongeschikt zijn voor de politiek”, vertelt ze, amper een half jaar na haar politieke avontuur. Vanwaar die scepsis? Waarom zou de politiek geen denkers kunnen gebruiken? En moeten denkers niet juist ‘ja’ zeggen als de politiek hen nodig heeft? 

De 37-jarige Pools-Vlaamse filosofe vindt van wel. Dus hapte ze toe toen Guy Verhofstadt haar vroeg voor de Vlaamse liberalen. Hoewel ze thuis moeilijk gemist kon worden en haar zus destijds ernstig ziek was, voerde ze bevlogen campagne voor Europa.

Een plek in het Europees Parlement leverde dat niet op – te weinig stemmen – maar wel denkstof voor haar zevende boek, waarin ze de politiek verdedigt tegen wantrouwen en cynisme. De titel, ‘Intussen komen mensen om’, vond Gescinska in een gedicht van de Poolse Wisława Szymborska, een ­gedicht over politieke verantwoordelijkheid: 

Apolitieke gedichten zijn ook ­politiek,
en boven ons schijnt de maan,
niet meer onze maan,
maar een punt van discussie.
Link

Verlos ons van onze empathie

Erich Fromm vluchtte in 1934 uit Duitsland naar de Verenigde Staten. Daar werd hij al gauw een intellectuele superster.Hij combineerde de inzichten uit de freudiaanse psychoanalyse met zijn kennis van het vroege werk van Karl Marx, en hij raakte geïnteresseerd in de toepassing van inzichten uit het zen-boeddhisme in de therapeutische praktijk. Zijn ideeën vonden weerklank bij de ontluikende studentenbeweging in de jaren vijftig en zestig. De kleine joodse intellectueel was allesbehalve een beatnik of een hippie, maar hij werd wel de huistheoreticus van de Amerikaanse tegencultuur. Op YouTube zijn nog altijd mooie interviews te zien waarin hij streng uitlegt hoe het consumentisme de Verenigde Staten te gronde zal richten. Tegenwoordig is hij vrijwel vergeten – ondergesneeuwd door slimmere freudianen en hippere marxisten – maar destijds was hij de profeet van de Amerikaanse soixante-huitards, de generatie van mijn vader.

Fromm was onderdeel van de Frankfurter Schule, de beruchte bende marxistische intellectuelen die vanuit Duitsland naar de VS waren gevlucht. Maar als praktiserende psychoanalyticus met een romantische inslag was hij een buitenbeentje tussen doorgewinterde theoretici als Theodor Adorno en Max Horkheimer. Terwijl zij zich bezighielden met hun dialectische hoogvliegerij, stelde Fromm heel andere vragen, bijvoorbeeld naar de oorsprong van het kwaad. Link

Men neme 3 elementen … en je hebt een alles verwoestend wapen

We leven in een ‘kanteltijd’, zegt Philipp Blom, filosoof en historicus. De wereld verandert zó snel – de maatschappij, de technologie, het klimaat – dat we ons geen raad weten met de toekomst. Je kunt je kop in het zand steken, wat veel politici doen. Maar het is ook mogelijk een nieuw verhaal te creëren: binnenkort zal niemand het individu meer loszien van zijn omgeving, voorspelt filosoof Philipp Blom. Link

Wij sterven uit maar het laat ons koud

René ten Bos neemt binnenkort afscheid als Denker des Vaderlands. Dat doet hij met een klaroenstoot: mens en dier sterven uit, maar vreemd genoeg lijkt dat uitsterven ons nauwelijks te raken. In zijn boek ‘Extinctie’ noemt Ten Bos het uitsterven van diersoorten een van de urgentste problemen van onze tijd. Maar er is weinig filosofische reflectie over. Dat maakt Ten Bos nu goed: “Uiteindelijk is er geen enkele andere soort die zich afvraagt wat uitsterven is. Wij alleen zitten met die vraag opgescheept.”

De vraag komt voor Ten Bos niet uit de lucht vallen. Extinctie zou je een vervolg kunnen noemen op ‘Dwalen in het antropoceen’, waarin Ten Bos liet zien hoe catastrofaal de invloed van de mens op de aarde is. Wij zijn de oorzaak van het stijgen van de zeespiegel, van de klimaatopwarming en ook van het uitsterven van soorten. ‘Wat iedereen moet begrijpen’, schrijft Ten Bos in Extinctie, ‘is in feite dit: niet alleen de extinctie van soorten, iets wat altijd verbonden wordt met het idee van biodiversiteit, maar ook de extinctie van onze eigen soort dient op de agenda te worden gezet.’ Link

Honderd jaar Rosa Luxemburg

‘Wanneer de hele wereld uit haar voegen raakt, dan tracht ik alleen maar te begrijpen, wat en waarom dit gebeurd is’, schreef Rosa Luxemburg, ‘en als ik dat gedaan heb, ben ik weer rustig en goed geluimd. Het volledig opgaan in de ellende van de dag is mij onverdraaglijk. Denk eens aan Goethe wat hij moest meemaken, tijdens die onafgebroken keten van oorlogen, waarin de wereld er als een gekkenhuis uitzag, en hoe rustig en met welk een sereniteit hij zich verdiepte in zijn studie en poëzie. We moeten ons slechts nog meer aaneensluiten, opdat het “warmer” wordt. Ik omarm je, je Rosa.’

Luxemburg schreef deze brief in 1917 vanuit de gevangenis van Breslau, waar ze vanwege haar oproep de wapens neer te leggen al ruim een jaar zat opgesloten. Al tijdens het congres van de sociaal-democratie in Stuttgart in 1907 had zij gewaarschuwd voor een nieuwe wereldoorlog, die volgens haar in feite een kapitalistische oorlog was: Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk vochten om de verdeling van gekoloniseerde gebieden, grondstoffen, goedkope arbeidskrachten en de uitbreiding van economische macht. Link

“Ik verafschuw het gelddenken”

Hij tilde de verzorgingsstaat van de grond, samen met de ministers Zijlstra, Mansholt en Klompé. Als minister van financiën in het derde kabinet-Drees hield prof. mr. H.J. Hofstra de hand op de knip. Toen het sociaal-democratische tijdperk voorbij was, stapte hij over naar het bedrijfsleven. Hij werd directeur bij scheepsbouwer Verolme en commissaris bij KLM. Hofstra besloot zijn carrière als hoogleraar belastingrecht in Leiden. Een socialist over de noodzaak van een zorgzame samenleving: “Je mag de achterblijvers niet in de steek laten.”

 

Het financiële beleid is de afgelopen decennia volkomen uit de hand gelopen. Het is vreemd dat vijftig jaar na de bevrijding nog allerhande regelingen bestaan die allang afgeschaft hadden moeten worden zoals de subsidies voor huur- en woningbouw. Politieke partijen moeten niets beloven als ze het geld er niet voor hebben. Het heeft ook te maken met een gebrek aan leiderschap. In het verleden hebben we grote staatslieden gekend. Nu zitten we opgescheept met enorme schulden en misbruik van voorzieningen door mensen voor wie al deze regelingen nooit bedoeld waren.

Professor mr. H.J. Hofstra stond als Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en minister van financiën in het derde kabinet-Drees (1956-1958) aan de wieg van de verzorgingsstaat. Veertien jaar lang werkte hij aan de verwezenlijking van zijn idealen in een tijdperk waarin degelijk bestuur en sociale zorg nog hand in hand gingen.

De oorlog liep ten einde toen Henk Hofstra via een bridgevriend in contact kwam met Drees, de leider van de sociaal-democraten in de illegaliteit. Drees was na een kort verblijf in het kamp St. Michielsgestel druk bezig met de wereld na de oorlog. Er zou veel moeten gebeuren. “Herstel en vernieuwing’ werd de leus. Geld speelde een belangrijke rol èn belastingheffing. Op dit gebied beschikten de socialisten over onvoldoende deskundigheid. Dus werd Hofstra uitgenodigd voor de thee. Hij was dan geen partijlid, maar wel een uitgesproken progressieve denker.

“Het moet anders met die belastingen”, zei Drees tegen hem. “Wil jij dat voor me uitzoeken?”

Er waren enorme bedragen mee gemoeid. Meer dan de helft van het nationaal inkomen liep door de overheidskas. Hofstra ging aan de slag. Moest het brood extra worden belast of de hogere inkomens? Daar ging het om. Zijn lange nota’s aan Drees mondden uit in het boek Socialistische Belastingpolitiek waarin de roemruchte passage te lezen valt dat het socialisme de belastingheffing dienstbaar moest maken aan aantasting van het particuliere eigendom van produktiemiddelen. De belastingheffing worde openlijk en doelbewust, voor zover zulks mogelijk is, dienstbaar gemaakt aan de socialisatie.

Daarmee stak Hofstra – die inmiddels lid van de Wassenaarse SDAP-afdeling was geworden – zijn nek uit. Het was het begin van zijn politieke loopbaan in de Partij van de Arbeid. Hofstra maakte als minister niet alleen naam met zijn slagvaardigheid en drastische beperking van de bestedingen. De slanke gestalte met het onafscheidelijke sigarettenpijpje stond al gauw bekend als de best geklede politicus van het Binnenhof.

“De wereld was in de dagen voor de oorlog zó onrechtvaardig. Mijn grootmoeder kreeg drie gulden pensioen per week”, zei Hofstra. “De verzorgingsstaat mòest wel ontstaan.” Link

Ik heb een allergie voor onzin

Vooral in de Verenigde Staten wordt de pseudosceptische bubbel in stand gehouden met geld uit de fossiele industrie. De Koch-broers, die rijk werden door de petroleumhandel, financieren denktanks die quasi-wetenschappelijke rapporten leveren om twijfel te zaaien. Fossiele reuzen als Shell en BP gaven bakken met geld uit aan een desinformatiecampagne, om beleidsmakers zand in de ogen te strooien. Maar de situatie in Nederland is onvergelijkbaar. Oké, recentelijk werd bekend dat vastgoedmiljonair Niek Sandmann een nieuwe onderzoeksgroep wil oprichten omdat hij de rapporten van het VN-klimaatpanel niet vertrouwt, maar over het algemeen lijkt geld niet de belangrijkste motivatie voor de Nederlandse twijfelzaaiers. Link

How the West became self-obsessed

It’s quite extraordinary. They put people from the West and people from East Asia into the lab and found that their cognition still works in ways that reflect the history of their respective cultures, and that history was shaped in large part by geography. For instance, the landscape in East Asia 2,500 years ago was totally different than Greece. It was landlocked, with low mountains and undulating landscapes. To get ahead, you had to be part of a big farming community either growing wheat or rice, and you had to participate in these massive irrigation projects that were essential to group success.

Nisbett put Western people and people from East Asia in a lab and had them look at a cartoon of a fish tank, in which there was a big individualistic flashy fish at the front and lots of smaller fish around it. They tracked tiny unconscious eye movements to see what people were paying attention to. They discovered that Western people were largely focused on the big flashy fish out front and East Asian people were largely focused on the group of smaller fish around it.

Afterward, they asked people from both groups what they saw, and the Westerners said, “Oh, I saw a fish,” and the East Asian people said, “I saw a fish tank,” and they would describe the context. The researchers then asked them what they thought of the fish, and the Westerners would say that the big fish was obviously the leader and the East Asian people would say they felt sorry for the big fish because it had obviously been excluded from the group.

That’s a long answer, but the point is really important. This tendency to focus on the self, on the individual, runs deep in our cultural history, and it’s not something we can easily escape. Link

Zoek gewoon niet naar ‘het waarom’

Elk mens doorloopt een zoektocht om zichzelf te leren kennen en vat te krijgen op wat het leven is. Die route is voor ieder mens anders. Het probleem aan de basis van veel psychische klachten – ook bij een burn-out – is volgens filosoof Welmoed Vlieger dat de meeste mensen de zoektocht niet eens aangaan. Begrijpelijk, in een wereld waarin ‘likes’ sneller te krijgen dan een antwoord op je eigen waarom, maar weerbaar worden we er niet van.

Alles moet tegenwoordig van buiten komen, observeert Vlieger, gezeten aan de houten keukentafel in haar appartement. Er gaat iets kalmerends uit van haar aanwezigheid. Ze is rustig, ingetogen. Formuleert voorzichtig, zoekt nauwkeurig naar woorden, alsof ze gaandeweg het gesprek tot inzichten komt.

Ze gebruikt oude woorden, van dode denkers: innerlijkheid, ziel. Niet verwonderlijk, voor een filosoof die haar eigen inspirator na een flinke dwaaltocht vond in een middeleeuwse mysticus, Meester Eckhart. Link

Scroll to Top